EPB LAW

Maatstaf Gerechtshof: wanprestatie werkgever kan onrechtmatige daad inlener zijn

08 juli 2013
0

Op 7 juli 2013 wees het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een belangwekkend tussenarrest, op grond waarvan een werknemer nu ingeval van onderbetaling of een andere wanprestatie van de werkgever ook verhaal kan halen bij de inlener. Het Gerechtshof  legde een maatstaf aan voor de beantwoording van de vraag in welke gevallen de wanprestatie (onderbetaling) door een uitzendorganisatie een onrechtmatige daad van de inlener ten gevolge kan hebben. FNV Bondgenoten spande de zaak namens een werknemer aan tegen inlener Tejin Aramid.

In deze procedure is sprake van een werknemer (A) die bijna 8 jaar lang voor een uitzendorganisatie heeft gewerkt. In de periode van maart 2005 tot en met mei 2009 is de werknemer bij  inlener Tejin Aramid werkzaam geweest; een chemische fabriek die grondstoffen produceert voor kunstmatige vezels. De werknemers van de inlener vielen onder een Bedrijfstak-CAO. In de CAO stond dat degenen die onder de werkingssfeer van de CAO voor Uitzendkrachten vallen, op dezelfde wijze moeten worden beloond als de werknemers van de inlener. Op de arbeidsovereenkomst van werknemer (A) was de ABU-CAO van toepassing verklaard. In deze ABU-CAO stond eveneens dat een uitzendorganisatie een werknemer dient te belonen als ware hij in dienst  bij de inlener.

Medio 2008 kaarten werknemers van het uitzendbureau, die werkzaamheden verrichten bij de inlener,  bij  de uitzendorganisatie aan dat zij veel minder blijken te verdienen dan de werknemers van de inlener. Uitzendorganisatie en inlener maken vervolgens  de afspraak dat de uitzendorganisatie zijn werknemers zal belonen in overeenstemming met de Bedrijfstak-CAO van de inlener. Voor het gedeelte dat de kosten de beloning bij de uitzendorganisatie overstijgen, mag de uitzendorganisatie deze doorberekenen aan de inlener. De uitzendorganisatie blijft echter een te lage beloning aan de werknemers voldoen. De inlener beëindigd daarom in maart 2009 de relatie met de uitzendorganisatie. Enige weken later wordt de arbeidsovereenkomst tussen de uitzendorganisatie en werknemer (A) ontbonden. Helaas voor werknemer (A) gaat de uitzendorganisatie in augustus 2009 failliet, terwijl de werknemer nog een loonvordering op laatstgenoemde heeft van (afgerond) EUR 20.000. De werknemer zoekt daarop verhaal bij de inlener.

Maatstaf Gerechtshof:
In hoger beroep overweegt het Gerechtshof dat onderbetaling door een uitzendorganisatie een onrechtmatige daad van een inlener kan opleveren. Het uitlokken of profiteren van wanprestatie door een derde kan immers onrechtmatig zijn. Of daarvan sprake is hangt af van de omstandigheden van het geval. Werknemer (A) stelt in dat verband onder meer dat de inlener beter toezicht had moeten houden op de naleving van de bedrijfstak-CAO door zijn werkgever ten aanzien van het beloningsbeleid. Het Gerechtshof overweegt dat op de inlener geen wettelijke verplichting rust om toezicht te houden op een juiste uitbetaling van het loon aan de ingeleende werknemers door de uitzendorganisatie, tenzij de inlener zicht had op de uitbetaling. Van een onrechtmatige daad van de inlener kan sprake zijn indien deze de onderbetaling heeft uitgelokt,  na heeft gelaten goede afspraken hierover vast te leggen in de cao, of willens en wetens de voor de inlener (financieel) gunstige situatie in stand heeft gehouden.

Het Gerechtshof is van mening dat de inlener geen onrechtmatig handelen kan worden verweten in de periode vanaf 1 september 2008, aangezien op dat moment met de uitzendorganisatie was afgesproken dat werknemer (A) net als de werknemers van de inlener zouden worden beloond. De inlener heeft de naleving van deze afspraak ook gecontroleerd. Ten aanzien van de periode vóór 1 september 2008 is het Hof echter van mening dat de inlener zicht had op het aan werknemer (A) betaalde uurtarief, omdat de inroostering van de ingeleende werknemers in handen was van de inlener. Of  de inlener in deze periode de uitzendorganisatie heeft aangezet tot het onderbetalen van werknemers, hiermee heeft gestemd, dan wel de onderbetaling (bewust) niet heeft aangepakt, staat nog niet vast. Aan partijen is door het Gerechtshof de gelegenheid geboden zich bij akte uit te laten over de vraag in hoeverre werknemer (A) zich met de werknemers van de inlener liet vergelijken. Deze uitspraak is van groot belang voor uitzendkrachten, aangezien zij bij wanprestatie door een uitzendorganisatie nu ook de inlener kunnen aanspreken. Een inlener kan zich  dan niet langer verschuilen achter de uitzendorganisatie van de werknemer.

Download arrest Gerechtshof Arnhen Leeuwarden, 7 juli 2013